De zink (cornetto in het Italiaans) was een zeer geliefd instrument in de renaissance. We treffen het instrument aan op talloze schilderijen, decoratiesnijwerk en luiken van orgels uit die tijd. De zinkspelers stonden zeer hoog in aanzien. Uit bronnen blijkt, dat zinkenisten soms beter werden betaald dan kapelmeesters en organisten (die over het algemeen bovenaan de loonlijst stonden). Dat de zink zo moeilijk te bespelen is, heeft daar ongetwijfeld aan bijgedragen.
De mooiste beschrijving van de klank van de zink vinden we bij Marin Mersenne (1588 - 1648) die schreef:
De klank is gelijk aan een heldere zonnestraal die straalt in de schaduw of duisternis als men hem hoort tussen de stemmen in de kerken, kathedralen of kapellen.
Aan het einde van de 17e eeuw raakte het instrument steeds meer in onbruik en verloor zijn vooraanstaande positie aan de viool. De laatste bron die iets over de zink schrijft, dateert van 1782.
Met de herleving van de oude muziek in de vorige eeuw is dit instrument herontdekt. Met name wil ik Bruce Dickey noemen, die als één van de eersten een waar meesterschap aan de dag legde en het instrument weer in volle glorie liet klinken.



Valentin de Boulogne, schilderij met zinkspeler

Schilderij van Valentin de Boulogne (1594 - 1632) met een zinkspeler op de voorgrond.


Kort nadat ik begon met orgelspelen werd mijn liefde voor oude muziek gewekt na de aankoop van een CD met muziek van Jacobus Gallus (Jacob Handl) (1550 - 1591), uitgevoerd door het Huelgas Ensemble met Paul van Nevel. De muziek op deze CD heeft zeer grote indruk op mij gemaakt. Het leek op niets, dat ik tot dat moment gehoord had. Een wereld op zich. Sommige instrumenten kon ik ook in het geheel niet thuisbrengen. Met name een discantinstrument, dat soms maar moeilijk van de sopraanstemmen te onderscheiden was, vond ik van zo'n grote schoonheid, dat ik daar onafgebroken naar wilde luisteren.
Pas veel later (ik denk tijdens mijn conservatoriumopleiding) kwam ik erachter, dat dit instrument een zink was. Via mijn docent muziekgeschiedenis kwam ik in contact met een instrumentbouwer in Den Haag, die een zink voor mij te leen had. Na veel oefenen kon ik eindelijk iets dat leek op een toon uit het instrument persen. Het werd mij snel duidelijk dat ik een docent nodig had. Josée Zuiver uit Hilversum bracht mij de eerste beginselen bij. Tegenwoordig studeer ik bij Marleen Leicher in Antwerpen.